Kunstgebit

Uit Jeugdtandverzorging
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Gedeeltelijk kunstgebit

Wanneer er meer kiezen ontbreken en u last krijgt met kauwen kan er vaak geen brug meer worden gemaakt. Dan moet er een gedeeltelijk kunstgebit worden gemaakt. Een gedeeltelijk kunstgebit zit in principe los in de mond. Een gedeeltelijk kunstgebit kan op heel veel verschillende manieren gemaakt worden. De bekendste is het zogenaamde ‘plaatje’. Daarnaast kan er ook een frameprothese gemaakt worden.

Plaatje

Plaatje

Een plaatje is een gedeeltelijk kunstgebit wat geheel van kunststof is gemaakt. Er kunnen ankertjes aan gemaakt worden om het houvast iets te verbeteren. Het wordt bij voorkeur gebruikt als een tijdelijke oplossing of als een geleidelijke overgang naar een volledig kunstgebit.

Voor het maken van een plaatje moet u minimaal 2 keer komen. De eerste keer worden er afdrukken gemaakt. De tweede keer wordt vastgesteld hoe de tanden en kiezen opgesteld moeten worden. De derde keer wordt het plaatje gepast en geplaatst. U krijgt instructie hoe u uw plaatje en uw gebit moet schoonhouden om er zo lang mogelijk plezier van te hebben.

Frameprothese

Frame op model.

Een frameprothese is ook een gedeeltelijk kunstgebit. De basis van dit kunstgebit is gemaakt van metaal. Het is eigenlijk een metalen frame met daarop kunststof tanden en kiezen. Meestal is het frame voorzien van ankers en steunen, maar een frame kan ook houvast krijgen door drukknoppen of kronen. Dat ziet er mooier uit maar dan is het ook veel duurder

Voor het maken van een frame moet u minimaal 4 keer komen. De eerste keer worden er afdrukken van uw gebit gemaakt. De tweede keer worden er kleine groefjes in uw kiezen geslepen om ruimte te maken voor de ankers en de steunen. Ook wordt er dan een precieze afdruk gemaakt. De derde keer wordt het frame gepast en vastgelegd hoe de kiezen of tanden opgesteld moeten worden. De 4e keer wordt het frame geplaatst. U krijgt instructie hoe u het frame in en uit moet doen en hoe u uw gebit en het frame moet onderhouden om er zo lang mogelijk plezier van te hebben.

Volledig kunstgebit

Hoewel tandartsen ernaar streven om uw gebit zo lang mogelijk te behouden wordt op een gegeven moment de grens van het mogelijke bereikt. Er zal een volledig kunstgebit gemaakt moeten worden. Het vervelende is dat wanneer de kiezen en tanden getrokken worden het kaakbot gaat slinken. Dit gaat niet bij iedereen even snel maar wanneer het kaakbot ernstig is geslonken kan een kunstgebit geen houvast meer vinden. Dit gebeurt het snelst in de onderkaak.

Als er nog goede wortels van hoektanden aanwezig zijn zullen die bewaard worden om het slinken daar tegen te gaan. Ook kunnen deze wortels gebruikt worden om het kunstgebit een beter houvast te geven. Een kunstgebit dat rust op eigen- of kunstwortels (implantaten) wordt een overkappingsprothese genoemd. Wanneer u drager bent van een kunstgebit is het belangrijk dat u eens in de 2 jaar uw gebit bij de tandarts laat controleren. De tandarts let erop of het gebit te ruim is geworden. Veel kunstgebitdragers merken dat zelf niet omdat het heel geleidelijk gaat. Een te ruim kunstgebit versnelt het slinken van de kaken. Wanneer het gebit te ruim is geworden zal de tandarts een rebasing adviseren. De ontstane ruimte wordt met kunststof opgevuld. Het kunstgebit wordt als het ware gevoerd met een nieuwe laag.

Verschillende soorten kunstgebitten

  • Immediaatprothese: Vroeger moesten de mensen die toe waren aan een kunstgebit 3 maanden tot een ½ jaar zonder tanden lopen omdat eerst de kaken moesten slinken. Het slinken van de kaken gaat het snelst in het eerste ½ jaar na het trekken van tanden en kiezen. Vaak kregen de mensen dan een noodprothese waar alleen tanden in zaten. Tegenwoordig wordt dat niet veel meer gedaan. Wanneer er nog tanden en kiezen in de mond staan worden deze kiezen getrokken en over de wondjes wordt direct het kunstgebit geplaatst. Dit kunstgebit moet dan in de hieropvolgende weken een aantal keren aangepast worden met een tijdelijke voering. Na een ½ jaar krijgt de prothese dan zijn definitieve voering.
  • Overkappingsprothese: Bij een overkappingsprothese worden eigen wortels of kunstwortels gebruikt om de prothese een beter houvast te geven en het slinken van het kaakbot tegen te gaan. Meestal worden de wortels van de hoektanden gebruikt omdat dat mooie lange en stevige wortels zijn. De tanden worden afgeslepen en er wordt een zenuwbehandeling gedaan. Dan kunnen er kapjes op geplaatst worden die verbonden zijn met een staaf of in elke hoektand een drukknop of een magneet. Zijn de hoektanden niet meer zo goed dan worden ze gevuld en blijven nog zo lang als het kan onder de prothese zitten.
  • Overkappingsprothese op implantaten: Wanneer de onderkaak heel erg geslonken is en een kunstgebit helemaal geen houvast meer heeft kunnen er in de onderkaak 2 of 4 implantaten worden geplaatst. Op deze implantaten komen dan drukknoppen of kapjes die verbonden zijn door staven. In de onderprothese komt een huls die over de staven heen klikt of een drukknopsysteem. Daarmee zit de onderprothese goed vast en rust met het kauwen voor een deel op de staaf of op de drukknoppen. Deze behandeling wordt door de zorgverzekeraar vergoed maar alleen bij ernstig geslonken onderkaak.


Het wennen aan een kunstgebit

Wanneer u een (nieuw) kunstgebit krijgt zult u daar erg aan moeten wennen. U moet alles opnieuw leren zoals kauwen en praten. Een bovengebit went gemakkelijker als een ondergebit omdat het bovengebit zich als het ware vastzuigt tegen het gehemelte zoals een vochtige zuignap tegen glas. Het ondergebit moet door uw mondspieren en tong op de plaats worden gehouden. Dit gaat op den duur volkomen automatisch. U hebt zelf niet meer door wat u met wangen en tong doet om goed met uw gebit te kunnen eten lachen en praten. Kleefmiddelen zijn soms handig wanneer u dun speeksel hebt maar ze zijn niet bedoeld om een te ruim kunstgebit op ’n plaats te houden.

Adviezen bij het nieuwe kunstgebit

  • Heeft u last van kokhalsneiging neem dan bij het plaatsen scherpe pepermunten mee en houd het kunstgebit 24 uur in terwijl u steeds een pepermuntje neemt als u braakneiging krijgt.
  • Begin met zacht eten en voer de stevigheid van het eten langzaam op.
  • Vergeet het afbijten maar snijdt appels, wortels en ander hard eten in stukjes.
  • Vergeet toffees en ander kleverige dingen.
  • Laat kauwgom voorlopig nog even in de winkel liggen.
  • Lees de krant hardop voor.
  • In het begin zult u last hebben van veel speeksel; dit gaat vanzelf over. Ook zult u in het begin uw eten wat minder goed proeven.
  • Zorg dat uw eten en drinken niet te heet is. U voelt dat minder goed. Te heet eten en drinken is slecht voor de slokdarm.
  • Doe als het enigszins kan uw prothese ‘s nachts uit. Wilt u dit liever niet, doe dan in ieder geval ‘s nachts de onderprothese uit.
  • Maak uw gebit en uw slijmvlies 2 maal daags schoon met een zachte protheseborstel boven een met water gevulde wasbak zodat uw gebit niet beschadigt wanneer u het uit uw handen valt.
  • Wanneer u last krijgt van tandsteen op de prothese kunt u hem een paar uur in gewone azijn leggen; daarna borstelen
  • Schoonmaaktabletten mag u gebruiken maar daarna wel borstelen.
  • Heeft u een zeer plekje houd de prothese dan in tot u bij de tandarts bent zodat deze goed kan zien wat de oorzaak is.
  • Slijp nooit zelf aan de prothese.
Persoonlijke instellingen